Zoeken
- Afslanken (11)
- Blaas (3)
- Botten (6)
- Cyclus v.d vrouw (7)
- Darmflora (3)
- Darmreiniging (2)
- Fit en gezond (17)
- Gewrichten (7)
- Slapen (4)
- Lever (2)
- Overgang (9)
- Preventie (20)
- Prostaat (4)
- Rustgeving (4)
- Schildklier (1)
- Spijsvertering (1)
- Stoelgang (1)
- Stress (2)
- Suikerspiegel (3)
- Vermoeidheid (5)
- Veroudering (10)
- Weerstand (10)
- Zure-base balans (3)
- Libido (8)
HWB International HyperAD
HyperAD®
Doeltreffendheid van Carnitine bij de behandeling van kinderen met Attention-Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) Attention-Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) L. J.Van Oudheusden,1
H. R.Scholte,2
Conclusie:
Het ADHD-gerelateerd gedrag werd geobserveerd door ouders met behulp van het Child Behavior Checklist (CBCL) en door leerkrachten met behulp van het Conners teacher-rating score, in een gerandomiseerde, dubbelblind, placebogecontroleerde dubbel cross-over onderzoek. 13 van de 24 jongens die Carnitine kregen, verbeterde het gedrag thuis gemeten met de CBCL totaal score (Po 0.02). Bij 13 van de 24 jongens verbeterde het schoolgedrag gemeten met de Conners teacher-rating score (Po 0.05). Voor de behandeling, het CBCL totaal en de aparte scores waren opmerkelijk verschillend van deze van de normale groep (Po 0.0001). De kinderen toonden een opmerkelijke verbetering van de CBCL totaal scores vergeleken met de basis (Po 0.0001). Bij de meerderheid van de jongens zijn geen neveneffecten gezien. Tijdens de basis en na de Carnitine behandeling, bleken de kinderen hogere concentraties van plasmavrije Carnitine (Po 0.03) en acetyl-Carnitine (Po 0.05) te hebben. Vergeleken met de basis, de Carnitine behandeling veroorzaakte bij de respectievelijke patiënten een stijging van 20 - 65% (8 - 48 punten) gemeten met behulp van het CBCL total problem rating schaal. Behandeling met Carnitine verminderde opmerkelijk de aandachtsproblemen en het agressief gedrag bij jongens met ADHD.
Andere Wetenschappelijke Studies uitgevoerd op de werkzame stof van HyperAD®: L-Carnitine
Carnitine bij ouderen:
In dit dubbelblind onderzoek trachtte men het effect te onderzoeken van extra l-carnitine op de lichaamssamenstelling, de cholesterolgehaltes en op de vermoeidheidsklachten van 84 ouderen die veel last hadden van spiervermoeidheid. Alle proefpersonen dienden een mediterraan dieet te volgen (weinig rood vlees, boter en snoepgoed; veel groente, fruit, brood, knoflook, olijfolie, vis en wijn). De helft kreeg 4 gram l-carnitine per dag en de andere helft placebo's. Na dertig dagen was de vetmassa met gemiddeld 3,1kg afgenomen in de carnitinegroep en met 0,5kg in de placebogroep. De spiermassa was met 2,1kg gestegen t.o.v. 0,2kg in de placebogroep. Het totaal-cholesterol: -1,2 mmol/l in de carnitinegroep versus +0,1mmol/l; ldl- cholesterol -1,1 mmol/l versus +0,2mmol/l en het goede hdl cholesterol was met 0,2mmol/l gestegen versus 0,01mmol/l in de placebogroep. De lichamelijke vermoeidheid was volgens een test in de carnitinegroep met 40% afgenomen en de mentale vermoeidheid met 45%. Deze cijfers waren in de placebogroep respectievelijk 11% en 8%. (Drugs Aging 2003) Een nieuw onderzoek met de helft van bovenstaande dosering l-carnitine onder nog oudere mensen - 100 plussers - leverde soortgelijke resultaten op. In de groep die 2 gram l-carnitine per dag gekregen had was de afname van vetmassa gemiddeld 1,6 kg t.o.v. een toename van 0,6kg in de placebogroep terwijl de toename van spierweefsel in de carnitinegroep 3,8kg t.o.v 0,8kg was. Ook waren de lichamelijke en mentale vermoeidheidsklachten aanmerkelijk afgenomen door de l-carnitine en was het denkvermogen toegenomen. (Am J Clinical Nutrition, 2007 )
L-Carnitine en hartziekte:
51 personen met ischemische cardiomyopathie werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg naast de medicijnen die ze gebruikten (ACE remmers, digitalis en plastabletten) 2 gram l-carnitine per dag. De andere groep kreeg de l-carnitine niet Na een maand bleek de werking van de linker hartkamer (Left Ventricular Ejection Factor) in beide groepen te zijn verbeterd. In de l-carnitinegroep was de verbetering echter twee keer zo groot als in de andere groep. (respectievelijk van 37,8% naar 42,3% en van 41,5% naar 43,8%) (Eur J Heart Fail 2000; PMID 10856733)
L-Carnitine tegen vermoeidheid na chemotherapie:
De cytostatica ifosfamide en cisplatina verhogen, zoals we al eerder hebben gezien, de uitscheiding van carnitine in de urine. Dit kan een oorzaak zijn van de chronische vermoeidheid die veel mensen na chemotherapie ervaren. 50 mensen die kort daarvoor een chemokuur met één van beide medicijnen hadden ondergaan en niet leden aan bloedarmoede, kregen 4 gram l-carnitine per dag gedurende een week. Na die week werd een aanzienlijke vermindering van de vermoeidheidsklachten geconstateerd bij 45 van de 50 mensen. Deze verbetering hield aan tot de volgende chemokuur. (Br J of Cancer, 2002)
L-Carnitine en mannelijke vruchtbaarheid:
Van 101 mannen, waarvan ongeveer de helft onvruchtbaar, werd het sperma geanalyseerd. Het sperma met een normaal spermabeeld bevatte 4,7 maal meer l-carnitine dan het abnormale sperma. Er was een significant verband tussen het carnitinegehalte en het aantal spermatozoïden, het percentage beweeglijke spermatozoïden en het percentage spermatozoïden van normale vorm. (Int J Fert Womens Med, 2000; PMID: 10929687)
Doeltreffendheid van Carnitine bij de behandeling van kinderen met Attention-Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) Attention-Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) L. J.Van Oudheusden,1
H. R.Scholte,2
- Westfries Gasthuis,Hoorn,The Netherlands
- Erasmus University Rotterdam,Rotterdam,The Netherlands
Conclusie:
Het ADHD-gerelateerd gedrag werd geobserveerd door ouders met behulp van het Child Behavior Checklist (CBCL) en door leerkrachten met behulp van het Conners teacher-rating score, in een gerandomiseerde, dubbelblind, placebogecontroleerde dubbel cross-over onderzoek. 13 van de 24 jongens die Carnitine kregen, verbeterde het gedrag thuis gemeten met de CBCL totaal score (Po 0.02). Bij 13 van de 24 jongens verbeterde het schoolgedrag gemeten met de Conners teacher-rating score (Po 0.05). Voor de behandeling, het CBCL totaal en de aparte scores waren opmerkelijk verschillend van deze van de normale groep (Po 0.0001). De kinderen toonden een opmerkelijke verbetering van de CBCL totaal scores vergeleken met de basis (Po 0.0001). Bij de meerderheid van de jongens zijn geen neveneffecten gezien. Tijdens de basis en na de Carnitine behandeling, bleken de kinderen hogere concentraties van plasmavrije Carnitine (Po 0.03) en acetyl-Carnitine (Po 0.05) te hebben. Vergeleken met de basis, de Carnitine behandeling veroorzaakte bij de respectievelijke patiënten een stijging van 20 - 65% (8 - 48 punten) gemeten met behulp van het CBCL total problem rating schaal. Behandeling met Carnitine verminderde opmerkelijk de aandachtsproblemen en het agressief gedrag bij jongens met ADHD.
Andere Wetenschappelijke Studies uitgevoerd op de werkzame stof van HyperAD®: L-Carnitine
Carnitine bij ouderen:
In dit dubbelblind onderzoek trachtte men het effect te onderzoeken van extra l-carnitine op de lichaamssamenstelling, de cholesterolgehaltes en op de vermoeidheidsklachten van 84 ouderen die veel last hadden van spiervermoeidheid. Alle proefpersonen dienden een mediterraan dieet te volgen (weinig rood vlees, boter en snoepgoed; veel groente, fruit, brood, knoflook, olijfolie, vis en wijn). De helft kreeg 4 gram l-carnitine per dag en de andere helft placebo's. Na dertig dagen was de vetmassa met gemiddeld 3,1kg afgenomen in de carnitinegroep en met 0,5kg in de placebogroep. De spiermassa was met 2,1kg gestegen t.o.v. 0,2kg in de placebogroep. Het totaal-cholesterol: -1,2 mmol/l in de carnitinegroep versus +0,1mmol/l; ldl- cholesterol -1,1 mmol/l versus +0,2mmol/l en het goede hdl cholesterol was met 0,2mmol/l gestegen versus 0,01mmol/l in de placebogroep. De lichamelijke vermoeidheid was volgens een test in de carnitinegroep met 40% afgenomen en de mentale vermoeidheid met 45%. Deze cijfers waren in de placebogroep respectievelijk 11% en 8%. (Drugs Aging 2003) Een nieuw onderzoek met de helft van bovenstaande dosering l-carnitine onder nog oudere mensen - 100 plussers - leverde soortgelijke resultaten op. In de groep die 2 gram l-carnitine per dag gekregen had was de afname van vetmassa gemiddeld 1,6 kg t.o.v. een toename van 0,6kg in de placebogroep terwijl de toename van spierweefsel in de carnitinegroep 3,8kg t.o.v 0,8kg was. Ook waren de lichamelijke en mentale vermoeidheidsklachten aanmerkelijk afgenomen door de l-carnitine en was het denkvermogen toegenomen. (Am J Clinical Nutrition, 2007 )
L-Carnitine en hartziekte:
51 personen met ischemische cardiomyopathie werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg naast de medicijnen die ze gebruikten (ACE remmers, digitalis en plastabletten) 2 gram l-carnitine per dag. De andere groep kreeg de l-carnitine niet Na een maand bleek de werking van de linker hartkamer (Left Ventricular Ejection Factor) in beide groepen te zijn verbeterd. In de l-carnitinegroep was de verbetering echter twee keer zo groot als in de andere groep. (respectievelijk van 37,8% naar 42,3% en van 41,5% naar 43,8%) (Eur J Heart Fail 2000; PMID 10856733)
L-Carnitine tegen vermoeidheid na chemotherapie:
De cytostatica ifosfamide en cisplatina verhogen, zoals we al eerder hebben gezien, de uitscheiding van carnitine in de urine. Dit kan een oorzaak zijn van de chronische vermoeidheid die veel mensen na chemotherapie ervaren. 50 mensen die kort daarvoor een chemokuur met één van beide medicijnen hadden ondergaan en niet leden aan bloedarmoede, kregen 4 gram l-carnitine per dag gedurende een week. Na die week werd een aanzienlijke vermindering van de vermoeidheidsklachten geconstateerd bij 45 van de 50 mensen. Deze verbetering hield aan tot de volgende chemokuur. (Br J of Cancer, 2002)
L-Carnitine en mannelijke vruchtbaarheid:
Van 101 mannen, waarvan ongeveer de helft onvruchtbaar, werd het sperma geanalyseerd. Het sperma met een normaal spermabeeld bevatte 4,7 maal meer l-carnitine dan het abnormale sperma. Er was een significant verband tussen het carnitinegehalte en het aantal spermatozoïden, het percentage beweeglijke spermatozoïden en het percentage spermatozoïden van normale vorm. (Int J Fert Womens Med, 2000; PMID: 10929687)
